Stroom 3 bestaat eigenlijk uit drie groepen, waarbij de jongste groep leerlingen, in de leeftijd van vier tot zes jaar, onder de onderbouw valt. De leerlingen in de leeftijd van zes tot achttien (maximaal twintig) jaar zitten in de overige twee groepen. In stroom 3 wordt onderwijs gegeven aan de EMCG doelgroep, d.w.z. leerlingen met een ernstig meervoudig complexe handicap. Het onderwijsaanbod is voor leerlingen die functioneren op een ontwikkelingsniveau van 0 tot 24 maanden. Het aanbod is vooral gericht op sensomotorische ontwikkeling, communicatie/interactie, spel-/taakontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en zelfredzaamheid. Waarbij bij de oudste groep leerlingen het aanleren van praktische handelingen en taakontwikkeling centraal staat met als doel toeleiding tot dagbesteding.
Paramedische ondersteuning en intensieve zorg zijn onlosmakelijk verbonden met het pedagogisch didactisch aanbod. Het onderwijs wordt aangeboden in ‘blokken’. Er wordt interdisciplinair aanbod gerealiseerd waarbij drie keer per week in de blokperiode een therapie centraal staat. Er wordt gewerkt aan fysiotherapeutische, ergotherapeutische of logopedische doelen. Iedere leerling heeft zijn eigen handelingsplan waarbij de doelen volgens het Vijfwijzer/Plancius model zijn vastgesteld. Deze doelen gelden over het algemeen voor twee jaar. Middels observaties en registratie wordt de ontwikkeling van de leerling gevolgd en in kaart gebracht.
Rond de leeftijd van 12 jaar wordt door de orthopedagoog in samenspraak met de intern begeleider een toekomstprofiel geschreven, waarbij op grond van de ontwikkeling van de leerling beschreven wordt in welke richting gedacht moet gaan worden over de toekomst van de leerling. Rond de leeftijd van 16 jaar wordt er nogmaals een toekomstprofiel gemaakt welke ook geldt als transitiedocument. Dit is ook het moment om in overleg met ouders te gaan bepalen hoe en wanneer een mogelijke uitstroom verwacht mag worden. Voorafgaande hieraan zal de leerling gedurende één of twee dagen per week gaan wennen in een dagbestedingscentrum. In dit gehele transitieproces worden ouders nauw en veelvuldig betrokken, omdat vaak blijkt dat bij het vinden van een geschikte dagbestedingsplek ook de mogelijkheden van een (toekomstige) woonvoorziening aan bod komen. Het is dan aan ouders om te bepalen of zij daadwerkelijk ook al de keuze willen maken voor een woonvoorziening. De meeste leerlingen stromen uit naar een 24-uurs setting of een activiteiten- of belevingsgerichte dagbestedingsplek.
Sport en bewegen in Stroom 3.