Stroom 2/3 bestaat uit twee leergroepen. Er wordt onderwijs gegeven aan leerlingen in de leeftijd van zeven tot achttien jaar. Deze vorm van onderwijs is bedoeld voor leerlingen met een MG-indicatie. Het onderwijsaanbod is voor leerlingen die functioneren op een ontwikkelingsniveau van globaal 24 tot 48 maanden.
Het pedagogisch didactisch klimaat is gericht op het welbevinden, gevoelens van competentie en autonomie van de leerling. In samenspraak met therapeuten, orthopedagoog en intern begeleider wordt vastgesteld welke hulpmiddelen en specifieke aanpak voor de leerling wenselijk of noodzakelijk zijn. Naast een aanbod op sensomotorische ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, communicatie en zelfredzaamheid ligt hierbij iets meer het accent op een voorwaardelijk cognitief aanbod. De leerling wordt in deze stroom meer uitgedaagd op het gebied van ontluikende geletterdheid en gecijferdheid. Het voorwaardelijke lees- en rekenaanbod wordt in de oudste groep aangeboden. In deze stroom wordt middels Ruimtekisten, picto-lezen, praktisch handelen het onderwijs betekenisvol gemaakt.
Door middel van ‘interne stages’ worden de leerlingen uitgedaagd om hun praktische vaardigheden en zelfstandigheid te vergroten. Voorbeelden van interne stages zijn bijvoorbeeld het overbrengen van boodschappen (mededelingen) binnen de school of het ophalen van oud papier.
Bij een aantal leerlingen worden methode onafhankelijke toetsen afgenomen om het leerrendement van het onderwijs in kaart te brengen en de groepsleiding in staat te stellen om te sturen op onderwijsaanbod.
Rond de leeftijd van 12 jaar wordt door de orthopedagoog in samenspraak met de intern begeleider een toekomstprofiel geschreven, waarbij op grond van de ontwikkeling van de leerling beschreven wordt in welke richting gedacht moet gaan worden over de toekomst van de leerling. Rond de leeftijd van 16 jaar wordt er nogmaals een toekomstprofiel gemaakt welke ook geldt als transitiedocument.
Dit is ook het moment om in overleg met ouders te gaan bepalen hoe en wanneer een mogelijke uitstroom verwacht mag worden. Voorafgaande hieraan zal de leerling gedurende één of twee dagen per week gaan wennen in een dagbestedingscentrum om na te gaan of de setting en de activiteiten passend zijn bij de leerling. In dit gehele transitieproces worden ouders nauw en veelvuldig betrokken, omdat vaak blijkt dat bij het vinden van een geschikte dagbestedingsplek ook de mogelijkheden van een (toekomstige) woonvoorziening aan bod komen. Het is dan aan ouders om te bepalen of zij daadwerkelijk ook al de keuze willen maken voor een woonvoorziening. De meeste leerlingen stromen uit naar een 24-uurs setting of een activiteiten- of belevingsgerichte dagbestedingsplek. Sporadisch kunnen er tussentijds leerlingen uitstromen naar stroom 2 of stroom 3.
Sport en bewegen in Stroom 2/3.